417 miljoen kinderen leven in armoede: hoe doet ons land het?

417 miljoen kinderen leven in armoede: hoe doet ons land het?

UNICEF luidt de alarmbel in het rapport State of the World’s Children 2025. Wereldwijd leven vandaag 417 miljoen kinderen in armoede – meer dan één op vijf in lage- en middeninkomenslanden. De vooruitgang die de voorbije tien jaar werd geboekt, dreigt weg te glijden door klimaatverandering, conflicten en besparingen op ontwikkelingshulp. Vooral jonge kinderen (0 tot 4 jaar), kinderen in landelijke gebieden, kinderen met een beperking, vluchtelingen en inheemse gemeenschappen zitten in de gevarenzone.

Ook rijke landen blijven niet gespaard

De problemen zijn groot: in lage-inkomenslanden heeft 65% van de kinderen geen toegang tot een toilet, en wereldwijd leeft meer dan 19% van alle kinderen in extreme armoede. Ook rijke landen blijven niet gespaard: in hoge-inkomenslanden groeien 50 miljoen kinderen (23%) op in relatieve armoede. Terwijl de kinderarmoede tussen 2013 en 2023 aanvankelijk daalde, stagneert of stijgt ze nu opnieuw — in landen als Frankrijk, Zwitserland en het VK zelfs met meer dan 20%.

En in België?

Ook België kent grote uitdagingen. Ons land behoort wel tot de dertien landen waar de kinderarmoede tussen 2018 en 2023 met meer dan 10% daalde, maar de situatie blijft ernstig. Vandaag leeft 14,1% van de kinderen in België in armoede, en 20% loopt risico op armoede of sociale uitsluiting. Bovendien groeit één op tien kinderen op in langdurige armoede – een cijfer boven het EU-gemiddelde. 8% van de kinderen kampt met ernstige materiële tekorten en onvoldoende toegang tot basisbehoeften zoals voeding, water, onderwijs en gezondheidszorg.

UNICEF waarschuwt dat, ondanks lichte vooruitgang, te veel Belgische kinderen nog altijd worden geconfronteerd met structurele tekorten die hun ontwikkeling en toekomstkansen ondermijnen. Alleen met blijvende investeringen en een sterk sociaal beleid kan kinderarmoede echt worden teruggedrongen.

Vlaams plan tegen armoede

In Vlaanderen heeft de Vlaamse regering eind september haar nieuwe Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA 2025–2029) goedgekeurd. Dat plan bundelt alle maatregelen die de komende legislatuur moeten bijdragen aan de strijd tegen armoede in Vlaanderen. Het is een decretale verplichting, maar tegelijk ook een instrument waarin de regering haar visie op armoedebestrijding uitwerkt: structureel, participatief en wetenschappelijk onderbouwd. Mensen in armoede, middenveldorganisaties zoals het Netwerk tegen Armoede en SAAMO, en de SERV werkten mee aan de totstandkoming ervan.

Het VAPA bundelt maatregelen over alle Vlaamse beleidsdomeinen heen. De regering ziet werk als belangrijkste hefboom tegen armoede, met onder meer de jobbonus, VDAB-begeleiding en projecten rond inclusieve werkvloeren. Voor kinderen en jongeren komen er hervormingen in het Groeipakket en investeringen in gezonde schoolmaaltijden. Op het vlak van wonen stelt Vlaanderen een ambitieus doel voorop: 56.000 extra sociale woningen tegen 2042, samen met een uniform huurtoelagestelsel en een verplicht conformiteitsattest. De strijd tegen onderbescherming (= geen gebruik maken van bepaalde ondersteuningsmaatregelen) wordt aangepakt via de hervorming van de Vlaamse Sociale Bescherming en een nieuw register voor sociale voordelen. Tot slot wil de regering participatie versterken via ervaringsdeskundigen, verenigingen en de verdere uitrol van de UiTPAS.

Wat vinden wij?

Het Vlaams ABVV – betrokken partner via de SERV – waardeert dat armoede opnieuw breed op de agenda staat, maar ziet ook belangrijke tekortkomingen. Het actieplan vormt geen echt structureel of gecoördineerd armoedebeleid: het blijft een optelsom van losse initiatieven per minister, zonder duidelijke samenhang.

Ook de ambitie en de middelen schieten tekort. Veel maatregelen moeten worden gerealiseerd binnen bestaande budgetten en er is geen zicht op de totale financiële inspanning. Daarnaast ontbreken meetbare en bindende doelstellingen. Het VAPA houdt ook geen rekening met federale beslissingen die een rechtstreekse impact hebben op gezinnen in armoede in Vlaanderen.

Kortom: ondanks de brede visie en de vele aangekondigde maatregelen blijft het VAPA volgens ons te weinig robuust, te weinig gefinancierd en te weinig concreet om kinderarmoede en armoede écht terug te dringen. Het UNICEF-rapport toont nochtans aan dat er werk aan de winkel is.